Huishoudelijke verzorging: meer dan alleen poetsen

Uit: De Gelderlander, 21 januari 2006

Wet Maatschappelijke ondersteuning. Sensire-directeur Willem Romijn: huishoudelijke verzorging is meer dan alleen maar poetsen.

De Tweede Kamer debatteert maandag 23 januari over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Willem Romijn, directeur van zorgaanbieder Sensire De Drie Beken, gaat in dit artikel in op de komst van de WMO.

De bedoeling van de WMO is dat de gemeenten de regie krijgen over het lokale beleid rondom wonen, welzijn en zorg en over de daarvoor gereserveerde budgetten. En dat is voor de gemeente een fors budget, namelijk zo'n 40 % van het totale gemeentelijke budget. De financiering van de huishoudelijke zorg gaat daarmee onder de WMO vallen. De persoonlijke verzorging blijft vooralsnog door de AWBZ gefinancierd.


Het overheidsbeleid is erop gericht dat professionele zorg alleen wordt
ingezet als zelfzorg en mantelzorg ontoereikend zijn. Van iedereen wordt een zekere verantwoordelijkheid verwacht. Participatie, noemt de wet dat, en daar wordt min of meer een dubbele betekenis aan gegeven. Alle burgers, ook mensen met beperkingen, moeten meedoen aan de samenleving. Het betekent ook dat alle betrokkenen daar naar vermogen een steentje aan bijdragen.


Beleid maken dichtbij de burger is een goede zaak. Gelijktijdig heeft de WMO grote consequenties voor de burger en wil Sensire graag een paar punten benadrukken die aandacht behoeven. De mantelzorgers krijgen het zwaarder en dat betekent een enorme uitdaging voor de gemeenten om hen te gaan ondersteunen. Want het Sociaal Cultureel Plan Bureau stelt vast dat uit onderzoek blijkt dat er in Nederland al heel veel gedaan wordt door familie en vrienden en dat de rek er bij de mantelzorg wel uit is. Waar wij ons ook zorgen over maken is dat de burger het recht op huishoudelijke zorg verliest, het wel of niet krijgen van zorg wordt eerder een gunst. Dit, terwijl de vraag naar zorg door de vergrijzing alleen maar zal toenemen. De vraag is of de WMO de stijging van de zorgvraag aankan. Als de WMO betekent dat budgetten opdrogen is dat nadelig voor de burger die zorg nodig heeft. Vanuit ons verantwoordelijkheidsgevoel naar die burgers en ook naar onze medewerkers, maken wij ons zorgen om de gevolgen.

De ambitie van de koepel van gemeenten (de Vereniging Nederlandse Gemeenten) is, om ook de verantwoordelijkheid voor een deel van de persoonlijke verzorging te gaan regelen. De zorgen worden groter als dat door de Tweede Kamer wordt overgenomen. Wanneer (een deel van) de persoonlijke zorg onder de WMO komt, loopt de burger de kans onder twee regimes (AWBZ en WMO) met verschillende regelingen te vallen. Dit kan er, juist bij de kwetsbare groep mensen waar het vaak omgaat, toe leiden dat men de weg kwijt raakt en dat is nu precies het laatste wat we willen. Het blijkt in de praktijk voor veel mensen nu al moeilijk te begrijpen hoe indicatiestelling, eigen bijdrageregeling en dergelijke werken. De gemeente krijgt dus de belangrijkste rol bij het bepalen van het zorg- en
welzijnsbeleid. Dicht bij de burger, controleerbaar en niet meer gedicteerd vanuit Den Haag. Gemeenten deden al veel rondom welzijn en voorzieningen voor gehandicapten en daar komt nu het substantiële budget voor de huishoudelijke verzorging bij.


De gemeenten zouden ervoor kunnen kiezen ook schoonmaakbedrijven bij het uitvoeren van de huishoudelijke zorg in te schakelen. Met het oog op de klant is het echter wenselijk om de huishoudelijke zorg bij de zorgaanbieders te laten. Wij rekenen erop dat de gemeenten die weg ook
zullen kiezen, juist vanwege de samenhang en aansluiting in zorg- en
welzijnsvoorzieningen, die de WMO beoogt. Huishoudelijke verzorging aan mensen met beperkingen, die daarvoor geïndiceerd zijn, gaat namelijk niet alleen over schoonmaken, maar ook over persoonlijke aandacht. En dat is een vak apart. Dat moet gebeuren met een instelling en mentaliteit, die door 'zorg' is ingegeven. Daar hoort ook bij dat er gelet wordt op de veranderingen in de situatie van de klant. Die signalen kan de
huishoudelijke hulp kwijt bij collega's binnen het wijkteam van de
thuiszorgorganisatie. Daarin - althans bij Sensire - zijn alle disciplines
(van verzorging tot de wijkverpleegkundige) op professionele wijze
vertegenwoordigd. Daar wordt al jaren intensief samengewerkt met mantel- en welzijnsorganisaties, woningbouwcorporaties en artsen. Niet alleen beleidsmatig, maar vooral in uitvoerende zin, o p de werkvloer. En is dat nou juist niet wat de WMO nastreeft?


Bij Sensire werken de mensen in kleine, wijkgerichte teams. De
wijkverpleegkundige is voor velen in de wijk een bekend en vertrouwd
persoon. Zo wil Sensire groot zijn in kleinschaligheid.


Willem Romijn,
directeur Sensire De Drie Beken