Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen
Uit: De Gelderlander, 20 april 2007, door Eric van der Vegt
„Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen. Nachtzuster, ik brand van binnen. Nachtzuster, doe iets aan de pijn!” Hennie Vrienten heeft dit nummer vermoedelijk geschreven met in het achterhoofd een ziekenhuis-verpleegkundige. Tegenwoordig had hij het ook kunnen componeren voor het mobiele team van zorginstelling Sensire, want de nachtzuster komt in de Achterhoek sinds vijf jaar naar je toe.
„Vroeger had je alleen de wijkverpleging tot een uur of elf ’s avonds. Daarna was er bereikbaarheidsdienst en de volgende ochtend om zeven uur kwam de verpleegkundige weer”, vertelt José Smeenk, nachtzuster van het eerste uur. „Die tijd ligt inmiddels vijf jaar achter ons. „De wachtlijsten voor opname in de verzorgingshuizen liepen op, maar mensen kiezen er ook steeds meer voor om zelfstandig te blijven wonen. Deze mensen hebben ’s nachts ook zorg nodig. Vandaar dat Sensire vijf jaar geleden is gestart met een mobiel team van vier nachtzusters”, vertelt Gerda Brummelman van Sensire. „Inmiddels zijn dat tien mobiele teams geworden. De laatste is 1 april in Vorden gestart.”
De nachtteams zijn in Nederland redelijk bijzonder. „Toen ik met José vijf jaar geleden begon waren er enkele teams in het westen die met nachtzusters werkten. Dat kregen we te horen tijdens onze sollicitatie. Wij zijn de eerste mobiele nachtzusters in dit deel van het land”, legt Leida van Egteren uit. Zij werkt met het José Smeenk in het team Bronckhorst. Ria Nederhoed werkt in nachtelijke uren in Doetinchem. De rust van hun nachtelijk werk compenseren ze ruimschoots in het gesprek over hun beroep, want het gesprek valt geen moment stil.
„Heerlijk die rust ’s nachts, niemand op de weg. Je moet er wel tegen kunnen in je eentje in het donker, maar ik vind het heerlijk, maar ook op een prettige manier spannend”, zegt José Smeenk.
„Je bent tijdens de nachtdienst vaak alleen. Dat betekent dat je zelfstandig moet kunnen werken”, vertelt Ria Nederhoed. „Behalve de adressen op je planning, krijg je af en toe een alarmering tussendoor. Dat zijn spannende zaken, want je weet niet wat je te wachten staat. Voor veel mensen ben je dan de reddende engel.”
„Je maakt veel onverwachte dingen. Zo moest ik naar een patiënt, die last had van een lekkage”, vertelt Ria Nederhoed. „Ik er naar toe, omdat ik dacht dat het om een wondlekkage ging. Bleek de bovenbuurman een hennepkwekerij te hebben. Het sproeiwater kwam bij de meneer door het plafond.”
Tijdens de vogelgriep moest José van de politie haar bestelauto van Sensire aan de kant zetten. „De politie vermoedde dat ik hobbykippen vervoerde tijdens het vervoersverbod.”
Over het algemeen gaan de drie op bezoek bij ouderen. „Ik krijg nog wel eens de vraag of mijn man het wel goed vindt dat ik ’s nachts werk en of ik wel een sociaal leven heb”, zegt Leida van Egteren lachend.
De nachtzusters hebben een cursus zelfverdediging gevolgd om wat weerbaarder te kunnen zijn. „ Zeker in de weekenden lopen er midden in de nacht steeds meer mensen op straat. Daar moet je je tegen kunnen verweren als het nodig mocht zijn. Gelukkig is dat nog niet nodig geweest”, zegt Ria Nederhoed.
Het grote voordeel voor patiënten van de nachtzorg is dat ze niet meer afhankelijk zijn van de tijden van de thuiszorg.
„Voor de mobiele nachtteams moesten mensen ’ s avonds op tijd in bed liggen, omdat na elf uur de thuiszorg niet meer kwam. Nu kunnen mensen langer op een feestje blijven omdat wij ze kunnen helpen”, zegt Leida van Egteren.
José Smeenk: „Op die manier kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen.”

De nachtzusters José Smeenk (linksboven), Gerda Brummelman (rechtsboven), Leida van Egteren ( linksonder) en Ria Nederhoed (rechtsonder).
foto Theo Kock