Eén verpleegkundige per open been
Een open been, ulcus cruris genaamd, moet steeds door dezelfde verpleegkundige worden behandeld. Zwachtelen is hierbij erg belangrijk en vereist veel ervaring. Omdat je steeds ziet wat het effect van je vorige behandeling is, volg je het genezingsproces beter en krik je je eigen niveau omhoog. Toch bleek het in de thuiszorg vaak lastig om deze werkwijze voor elkaar te krijgen. Het Slingeland ziekenhuis en Sensire zetten daarom een transmurale aanpak op. Patiënten beloonden het project met een acht.
Wanneer huisartsen in de regio Doetinchem de diagnose ulcus cruris stellen, krijgt de patiënt tegenwoordig een dagbehandeling: diagnose, behandelplan, doppler- en bloedonderzoek, kweken, doorverwijzing naar een vaatchirurg. Alles wat nodig is wordt op één dag gepland. Een aantal jaren geleden was dat wel even anders. Een patiënt bleef veel langer op de poli, omdat alle onderzoeksgegevens er nog niet waren. Voor verpleegkundigen van poli Dermatologie was dit belastend. De spreekuren waren namelijk boordevol. Ook werden patiënten niet snel verwezen naar de thuiszorg, omdat ervaring had geleerd dat de behandeling niet adequaat was. Dit lag niet aan de deskundigheid van de wijkverpleegkundigen, maar aan het gebrek aan diagnostiek en onvoldoende ervaring met zwachtelen stagneerde de wondgenezing. Normaal gesproken start het ziekenhuis de behandeling en wanneer de wond rustig is, draagt het ziekenhuis de behandeling over naar de thuiszorg. Maar die zorg bleek onvoldoende te zijn. Het probleem zat hem in de continuïteit: de verbetering van de wond kan het beste beoordeeld worden door zelfde verpleegkundige. In de thuiszorg was dat lastig.
Samenwerking
Thuiszorgorganisatie Sensire bleek tot dezelfde conclusie gekomen en in 2002 besloten beide organisaties daarom een transmurale aanpak op te zetten. Samen met de thuiszorgmanager, twee verpleegkundigen, een wijkverpleegkundige, de medewerker transmurale zorg, het hoofd Poliklinieken, de dermatoloog en een medewerker van het transferbureau is een werkgroep gestart. Het was heel belangrijk dat de neuzen allemaal dezelfde kant op stonden. Het doel was eigenlijk heel simpel: meer continuïteit in de zorg en een betere samenwerking tussen ziekenhuis en thuiszorg om goede zorg aan patiënten te kunnen bieden.
Eén-op-één
Zes aandachtsvelders zijn aangesteld als groep wijkverpleegkundigen die als enige ulcus cruris behandelen. Zij kregen een speciale training in het ziekenhuis. Mensen komen nu minder vaak naar het ziekenhuis; in plaats van twee keer per week bleek eens per drie weken voldoende te zijn. Patiënten worden nu veel sneller overgedragen aan de thuiszorg. De aandachtsvelder neemt nu de hele zorg voor de wond op zich. De relatie met de patiënt is één-op-één, waardoor de wondgenezing goed is te volgen. De specialist en de aandachtsvelder leren elkaar goed kennen door deze intensieve samenwerking.
Een patiënt komt nu twee keer op de poli: een keer voor de dagbehandeling en een keer voor controle. Dan neemt de aandachtsvelder de zorg over en komt de patiënt volgens een schema om de paar weken weer op de poli.
Jaarlijks wordt een overleg georganiseerd tussen de poli en de aandachtsvelders. Ook vindt eenmaal per jaar een nascholing plaats voor alle betrokkenen.’
Nu als standaard aanpak
Het project eindigde dit jaar als proef en werd de standaard aanpak, met de naam ‘zorgketen transmurale ulcus cruris behandeling’. Van de patiënten kreeg het project het cijfer acht voor de hele behandeling, van ziekenhuis tot thuiszorg.