A-  A+
Ik wil direct naar Onze diensten
Ik wil persoonlijk advies Maak een afspraak
Ik wil gericht zoeken Zoeken
Ik wil contact opnemen Contact

Zorg voor jong en oud dichtbij en vertrouwd

Sensire

Moeder hoort er weer bij

28-01-2016
Afbeelding: 160128 Foto blog

Agnes (57):

‘Wat doen we met moeder?’ luidde de wat oneerbiedige vraag van mijn broer, vijf jaar geleden. Het antwoord lag voor de hand: ze zou bij mij gaan wonen. Ik woon tenslotte op de boerderij waar we zijn opgegroeid, ons ouderlijk huis. Toen mijn man en ik het bedrijf na de dood van mijn vader overnamen, verhuisde mijn moeder naar een kleinere woning aan de rand van het erf. Daar redde ze zich prima.

Niet zo makkelijk
Tot een jaar of zes, zeven geleden. Eerst kreeg ze lichamelijke klachten. Door aderverkalking kreeg ze last van ‘etalagebenen’, waardoor ze moeilijk liep. Ze klaagde niet, maar ik nam wel wat huishoudelijke klusjes van haar over. Toen ze vervolgens een beroerte kreeg, veranderde er plotseling veel meer. We herkenden haar nauwelijks terug. Ze werd somber en nukkig. En ze riep steeds vaker onze hulp in.

We verhuisden haar schamele spulletjes naar de boerderij. Ik zou voor haar zorgen. Logisch. Met alle liefde. Maar dat bleek helemaal niet zo makkelijk. Mijn moeder raakte al snel aan mijn aanwezigheid gewend. Zozeer zelfs, dat ze het niet accepteerde als ik er eens niet was. Dan belde ze me op om te vragen waar ik bleef. Of om te zeggen dat ik de boodschappen niet moest vergeten, terwijl ik ze allang al had gedaan. Twee, drie keer per nacht riep ze me uit bed, voor niets. Ik had een druk leven, maar daar kwam nu langzaam de klad in.

Schateren
Het begon me steeds zwaarder te vallen – al klinkt dat niet aardig als je het over je moeder hebt. We botsten vaak, de stemming werd soms grimmig. Het was de huisarts die over dagbegeleiding begon. Hij stuurde ons door naar de gemeente. Mijn moeder zag het eerst niet zo zitten. Dacht dat we haar naar het verpleeghuis wilden sturen. We gingen samen eens een dagje kijken. ‘Hé, daar zit mevrouw Mulder,’ hoorde ik mijn moeder zeggen. ‘Heb ik nog mee op dansles gezeten.’ Ze schoof direct aan, en nog voordat de koffie op was, had ik haar al twee keer horen schateren. Ik kon wel gaan.

Van die drie dagen dagbegeleiding bloeien we allebei op. Mijn moeder omdat ze ‘er weer bij hoort’ en geestelijk én lichamelijk wordt uitgedaagd. En ik omdat ik weer aan mijn eigen dingen toekom. Zo houden we het nog wel even vol!